Veelgestelde vragen vluchtelingenopvang
Hier vindt u de veelgestelde vragen over vluchtelingenopvang en de Spreidingswet
De spreidingswet is een Nederlandse wet die de spreiding van vluchtelingen over Nederlandse gemeenten regelt. Het doel van de wet is om voldoende opvangplekken te realiseren en vluchtelingen evenwichtiger over de verschillende provincies te verdelen. Het lukt namelijk niet om voldoende opvangplekken te realiseren voor de mensen die daar recht op hebben. Het Rijk heeft gemeenten verplicht om per provincie een plan te maken om aan deze wettelijke taak te voldoen. Iedere gemeente in Nederland is wettelijk verplicht om een vastgesteld aantal opvangplaatsen te regelen.
Het Rijk heeft een verdeling per gemeente gemaakt. De opdracht was om voor 1 juli 2025 minimaal 367 duurzame opvangplekken te realiseren - 179 in Kaag en Braassem en 188 in Nieuwkoop.
De asielzoekerscentra in Nederland zitten overvol. Vluchtelingen verblijven langer bij het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) in de opvang dan de bedoeling is, doordat de wachttijden bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) zijn opgelopen.
De Spreidingswet verplicht iedere gemeente om een door het Rijk bepaald aantal opvangplaatsen (367 voor Kaag en Braassem en Nieuwkoop samen) te regelen. Gemeenten kunnen ervoor kiezen om samen te werken in deze wettelijke opgave. Dat is wat de gemeenten Kaag en Braassem en Nieuwkoop doen. Bij een gezamenlijke locatie neemt het COA de organisatie en kosten voor zijn rekening. Inclusief veiligheid, zorg, dagbesteding en een 24-uurs aanspreekpunt voor omwonenden. De bestaande en geplande woningbouw blijft dan volledig beschikbaar voor huidige woningzoekenden. En afstemming met de omgeving en inwoners kan zorgvuldig plaatsvinden. Wij stellen alles in het werk om ervoor te zorgen dat dit voor iedereen zo goed en positief mogelijk verloopt.
Iedere gemeente in Nederland is wettelijk verplicht asielopvang te regelen. Kaag en Braassem en Nieuwkoop willen hierin zelf regie houden zodat het recht doet aan wat het beste past bij onze dorpen en inwoners. De keuze voor een locatie waar beide gemeenten aan elkaar grenzen, buiten BSD, dus buiten de dorpen, ondersteunt dit. Bij een gezamenlijke locatie neemt het COA de organisatie en kosten voor zijn rekening. Inclusief veiligheid, zorg, dagbesteding en een 24-uurs aanspreekpunt voor omwonenden. De bestaande en geplande woningbouw blijft dan volledig beschikbaar voor huidige woningzoekenden. En afstemming met de omgeving en inwoners kan zorgvuldig plaatsvinden.
Onze gemeenten staan op trede twee van de landelijke interventieladder, het stappenplan waarmee het Rijk en de provincies toezien op de uitvoering van de Spreidingswet. Omdat er in onze gemeenten nog geen opvang is, is er een aankondiging van trede drie. Bij trede zes, neemt het Rijk de regie over. De gemeenten verliezen dan de mogelijkheid om zelf een geschikte locatie aan te wijzen. Hierdoor kan opvang ook binnen de dorpen komen. Bovendien worden de gemeenten in dat geval verantwoordelijk voor de begeleiding (inclusief veiligheid, zorg en dagbesteding, 24-uurs aanspreekpunt voor omwonenden) en alle kosten. Beide gemeenten vinden dit zeer onwenselijk voor haar inwoners.
Dat is op dit moment nog niet bekend. De gemeenten Kaag en Braassem en Nieuwkoop zoeken samen naar een geschikte locatie in gebieden waar ze aan elkaar grenzen buiten het bestaand stad- en dorpsgebied (BSD). De dorpskernen in Kaag en Braassem en Nieuwkoop zijn klein. Een eerdere voorkeurslocatie viel in april 2025 af. Om zorgvuldig te onderzoeken wat wel en niet mogelijk is, is het COA eind 2025 gevraagd om op een nieuwe voorkeurslocatie een haalbaarheidsstudie te doen. Het gaat om agrarische grond zonder nutsvoorzieningen. Ten oosten van de N207 buiten het dorp Rijnsaterwoude (Kerkweg) in de gemeente Kaag en Braassem. Een haalbaarheidsstudie betekent niet dat de opvanglocatie daar definitief komt. In een haalbaarheidsstudie kijkt het COA naar de aanwezigheid van voorzieningen, veiligheid en leefbaarheid en ruimtelijke, juridische, technische en financiële haalbaarheid. Pas wanneer hieruit blijkt dat opvang op die locatie haalbaar is, kan sprake zijn van een voorgenomen locatie en eventuele vervolgstappen (planuitwerking, besluitvorming, vergunningen, et cetera). Dat is ook het moment waarop inwoners worden betrokken bij de vervolgstappen.
Als er een voorgenomen locatie is, worden er informatiebijeenkomsten georganiseerd voor direct omwonenden. Omwonenden kunnen meedenken en wensen, zorgen en ideeën delen. Het vaststellen van de locatie is een verantwoordelijkheid van de beide colleges. De colleges vinden het logisch en wenselijk dat dit besluit met instemming van de gemeenteraad wordt genomen. Vanwege bevoegdheid gebeurt dit in een openbare raadsvergadering in de gemeenteraad op wiens grondgebied de locatie ligt.
Inwoners kunnen zoals altijd inspreken bij de gemeenteraad. In later stadium komt er ook een klankbordgroep met omwonenden. Zij worden uitgenodigd om op meerdere punten mee te denken.
Het aanwijzen van een geschikte locatie is een verantwoordelijkheid van de colleges van burgemeester en wethouders van beide gemeenten. Echter de colleges vinden het logisch en wenselijk dat dit besluit met instemming van de gemeenteraad wordt genomen. Vanwege bevoegdheid gebeurt dit in een openbare raadsvergadering in de gemeenteraad op wiens grondgebied de locatie ligt. Daarnaast is er sinds de start van dit project een klankbordgroep met vertegenwoordigers van raadsfracties van beide gemeentes. Zij worden betrokken bij de bestuursovereenkomst met het COA. Hierin worden werkafspraken gemaakt over bijvoorbeeld veiligheid, zorg, onderwijs en dagbesteding. De gemeenten zijn zich zeer bewust van zorgen in de samenleving. Inwoners worden goed geïnformeerd en betrokken. Er komen informatiebijeenkomsten en/of gesprekken met direct omwonenden en belanghebbenden.
Zij kunnen meedenken (alleen niet over de locatie van het azc) en wensen, zorgen en ideeën delen. Dit gebeurt voorafgaand aan de bespreking in de gemeenteraad. En ook tijdens het hele realisatieproces.
Inmiddels is duidelijk dat het proces meer tijd vraagt dan eerder werd verwacht. Een eerdere voorkeurslocatie is afgevallen en op dit moment wordt onderzocht of een nieuwe mogelijke locatie haalbaar is voor opvang. Er is op dit moment nog geen besluit genomen over een locatie voor een asielzoekerscentrum (azc). Ook is er nog geen definitieve of voorgenomen opvanglocatie aangewezen. We houden u op de hoogte van de ontwikkelingen.
De gemeenteraden van Kaag en Braassem en Nieuwkoop hebben op respectievelijk 22 en 25 april 2025 ingestemd met een gezamenlijk voorstel van hun colleges van burgemeester en wethouders voor de gezamenlijke invulling van deze wettelijke opgave voor vluchtelingenopvang. Beide gemeenteraden vragen daarbij aandacht voor goede communicatie. De gemeenteraad van Nieuwkoop vroeg via moties verder onder andere aandacht voor begrenzing van het aantal opvangplaatsen, voor veiligheid en voor verruiming van het woningbouwbeleid van de provincie.
Het aanwijzen van een geschikte locatie is een verantwoordelijkheid van de colleges van burgemeester en wethouders van beide gemeenten. Echter de colleges vinden het logisch en wenselijk dat dit besluit met instemming van de gemeenteraad wordt genomen. Vanwege bevoegdheid gebeurt dit in een openbare raadsvergadering in de gemeenteraad op wiens grondgebied de locatie ligt.
Daarnaast is er sinds de start van dit project een klankbordgroep met vertegenwoordigers van raadsfracties van beide gemeentes. Zij worden betrokken bij de bestuursovereenkomst. De gemeenten zijn zich zeer bewust van zorgen in de samenleving. Inwoners worden goed geïnformeerd en betrokken. Er komen informatiebijeenkomsten en/of gesprekken met direct omwonenden en belanghebbenden. Zij kunnen meedenken en wensen, zorgen en ideeën delen. Dit gebeurt voorafgaand aan de bespreking in de gemeenteraad. In later stadium komt er ook een klankbordgroep met omwonenden. Zij worden uitgenodigd om op meerdere punten mee te denken.
Belangrijke reden voor samenwerking is de schaalgrootte. Bij een opvanglocatie vanaf 300 personen kan een gemeente rekenen op beheer, maximale ontzorging en het financieel dragen van risico’s door het Centraal Opvang Asielzoekers (COA). Nu Kaag en Braassem en Nieuwkoop de krachten bundelen neemt het COA in principe alles op het gebied van veiligheid in en rondom de locatie, welzijn en dagbesteding, huisartsenzorg en verwijzing naar medisch specialistische zorg voor haar rekening.
Daarnaast is er meer toezicht en begeleiding en meer te doen binnen het azc voor de mensen die daar worden opgevangen. De kosten daarvoor neemt het COA voor haar rekening. Het verzorgen van een azc is een specialisme waarin het COA jarenlange ervaring heeft opgebouwd. Via deze samenwerking kan dus goede humanitaire opvang worden geboden aan kwetsbare mensen, op een wijze die de minste gevolgen heeft voor het dagelijks leven van de inwoners binnen de kleine dorpskernen.
Dat is nog niet bekend. De Spreidingswet verplicht iedere gemeente in Nederland om opvangplekken voor asielzoekers te regelen. Voor Nieuwkoop en Kaag en Braassem samen gaat het om 367 opvangplekken. De wet gaat uit van het realiseren van deze opvangplekken vóór 1 juli 2025. Inmiddels is duidelijk dat het proces meer tijd vraagt dan eerder werd verwacht. Dat komt onder andere doordat een eerdere voorkeurslocatie is afgevallen en nieuwe locaties opnieuw onderzocht moeten worden. Daarnaast zijn wij in verschillende stappen van het proces afhankelijk van andere partijen, zoals het COA, de provincie, netbeheerders en vergunningverleners.
De gemeenten blijven zich inzetten om zorgvuldig te onderzoeken hoe invulling kan worden gegeven aan deze wettelijke opgave op een manier die past bij onze dorpen en inwoners.
De mensen die in de opvang verblijven, mogen zich vrij bewegen in de gemeenten. Daarbij moeten zij zich uiteraard net als andere bewoners van de gemeente aan de gedragsregels in de openbare ruimte houden en privéterrein van anderen respecteren. Wanneer de vluchtelingen op de locatie aankomen, worden zij over hun rechten en plichten geïnformeerd. Het COA kent ook huisregels waaraan iedereen zich moet houden. Bij een gezamenlijke locatie neemt het COA de organisatie en kosten voor zijn rekening. Inclusief veiligheid, zorg, dagbesteding en een 24-uurs aanspreekpunt voor omwonenden. Alles wordt in het werk gesteld om het voor iedereen veilig en goed te laten verlopen.
Vluchtelingen zijn mensen die wegens oorlog of andere redenen vrezen voor hun leven. Vluchtelingen die asiel aanvragen heten asielzoekers. Zij worden tijdens de behandeling van hun asielaanvraag opgevangen in asielzoekerscentra (azc’s). De Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) behandelt de asielaanvragen. Als asielzoekers een verblijfstatus krijgen in Nederland worden ze statushouders genoemd. En mogen ze in Nederland blijven. Dat betekent niet dat zij in onze gemeente blijven. Het aantal statushouders dat recht heeft op een woning in onze gemeente stijgt niet met de komst van een azc.
Om aan de wettelijke taak te kunnen voldoen om iedereen die in Nederland asiel aanvraagt te kunnen opvangen, zijn extra opvanglocaties nodig.
Nee, deze vluchtelingen zijn asielzoekers en hebben daarmee geen status dat ze in Nederland mogen blijven. Zij krijgen dus geen woning in onze gemeente, maar worden opgevangen in het azc in afwachting van hun asielaanvraag. Als hun asielaanvraag terecht is, worden zij statushouder. Iedere gemeente is wettelijk verplicht een vastgesteld aantal statushouders een woonplek te bieden. Voor onze gemeenten verandert dit aantal niet met de komst van een opvanglocatie.
U kunt contact opnemen door een e-mail te sturen naar vluchtelingen@kaagenbraassem.nl of vluchtelingen@nieuwkoop.nl.
De zoektocht naar een geschikte locatie en het onderzoeken van de mogelijkheden kost meer tijd dan vooraf werd verwacht. Dat komt onder andere doordat een eerdere voorkeurslocatie is afgevallen en nieuwe locaties opnieuw onderzocht moeten worden. Ook zijn wij voor verschillende stappen afhankelijk van andere partijen, zoals het COA. Daarnaast vinden de gemeenten het belangrijk dat de locatie recht doet aan wat het beste past bij onze dorpen en inwoners. Dat betekent een locatie waar beide gemeenten aan elkaar grenzen, buiten BSD, dus buiten de dorpen.
De interventieladder is het stappenplan waarmee het Rijk en de provincies toezien op de uitvoering van de Spreidingswet. Onze gemeenten staan op trede twee van de landelijke interventieladder, Omdat er in onze gemeenten nog geen opvang is, is er een aankondiging van trede drie. Bij trede zes, neemt het Rijk de regie over. De gemeenten verliezen dan de mogelijkheid om zelf een geschikte locatie aan te wijzen. Hierdoor kan opvang ook binnen de dorpen komen. Bovendien worden de gemeenten in dat geval verantwoordelijk voor de begeleiding (inclusief veiligheid, zorg en dagbesteding, 24-uurs aanspreekpunt voor omwonenden) en alle kosten. Beide gemeenten vinden dit zeer onwenselijk voor haar inwoners.
De gemeenten willen daarom liever zelf regie houden zodat het recht doet aan wat het beste past bij onze dorpen en inwoners. De keuze voor een locatie waar beide gemeenten aan elkaar grenzen, buiten BSD, dus buiten de dorpen, ondersteunt dit. Bij een gezamenlijke locatie neemt het COA de organisatie en kosten voor zijn rekening. Inclusief veiligheid, zorg, dagbesteding en een 24-uurs aanspreekpunt voor omwonenden. De bestaande en geplande woningbouw blijft dan volledig beschikbaar voor huidige woningzoekenden. En afstemming met de omgeving en inwoners kan zorgvuldig plaatsvinden.
Kleinschalige opvang mag alleen in de dorpen. De gemeenten zoeken naar een geschikte locatie in gebieden waar de gemeenten aan elkaar grenzen, buiten het bestaand stads- en dorpsgebied (BSD), dus buiten de dorpen. Omdat dit het beste past bij onze gemeenten die bestaan uit vele kleinere dorpen. Het COA neemt dan ook het beheer en de kosten voor haar rekening. Inclusief veiligheid, zorg, dagbesteding en een 24-uurs aanspreekpunt voor omwonenden. De bestaande en geplande woningbouw blijft dan volledig beschikbaar voor huidige woningzoekenden. En afstemming met de omgeving en inwoners kan zorgvuldig plaatsvinden.
In een haalbaarheidsstudie onderzoekt het COA of opvang op een mogelijke locatie daadwerkelijk haalbaar en is. Het COA kijkt onder meer naar de aanwezigheid van voorzieningen, veiligheid en leefbaarheid en ruimtelijke, juridische, technische en financiële haalbaarheid. Pas wanneer hieruit blijkt dat opvang op die locatie haalbaar is, kan sprake zijn van een voorgenomen locatie en eventuele vervolgstappen (planuitwerking, besluitvorming, vergunningen, et cetera). Dat is het moment waarop inwoners verder worden betrokken.
Een haalbaarheidsstudie betekent niet dat een locatie definitief wordt aangewezen voor opvang. Het onderzoek is juist bedoeld om te bepalen óf een locatie geschikt is en onder welke voorwaarden opvang mogelijk zou zijn.
Nee. Een haalbaarheidsstudie is juist bedoeld om te onderzoeken óf opvang op een locatie mogelijk en verantwoord is. Pas wanneer uit de studie blijkt dat een locatie haalbaar is, kan sprake zijn van een voorgenomen locatie en verdere besluitvorming. Dat is ook het moment waarop inwoners verder worden betrokken.
Op dit moment wachten de gemeenten nog op een planning van het COA voor een haalbaarheidsstudie. Het COA kijkt dan onder meer naar de aanwezigheid van voorzieningen, veiligheid en leefbaarheid en ruimtelijke, juridische, technische en financiële haalbaarheid. Pas wanneer hieruit blijkt dat opvang op die locatie haalbaar is, kan sprake zijn van een voorgenomen locatie en eventuele vervolgstappen (planuitwerking, besluitvorming, vergunningen, et cetera). Dat is het moment waarop inwoners verder worden betrokken.
Een haalbaarheidsstudie betekent niet dat een locatie definitief wordt aangewezen voor opvang. Het onderzoek is juist bedoeld om te bepalen óf een locatie geschikt is en onder welke voorwaarden opvang mogelijk zou zijn.